
Leo Zilessen•4 jaar geleden Bij het zoeken naar speciale bomen met een historie, zijn het vaak de winter-of zomereiken of beuken die daar voor in aanmerking komen. Bomen, die indien ze de kans krijgen, eeuwenlang als solitaire boom op juist die ene speciale plek (door)groeien. Eiken kunnen gemiddeld 300 tot 400 jaar oud worden, velen vaak zelfs nog ouder. Vrijstaande eiken kunnen 15 tot 25 meter hoog worden, en afhankelijk van de grond zelfs 30 tot 35 meter. Grote eiken en beuken kunnen in bospercelen ook de functie van scheidingsbeuk of scheidingseik hebben. Ook dienen en dienden de beuk en eik als scheidingsboom van weilanden, agrarisch bouwland of als oriënteringspunt.Bij het gebruik als scheidingsboom in percelen stelt de wet wel als eis, een plantafstand van 2 meter. Veel oudere volgroeide eiken (in mindere mate ook beuken) fungeerden dan tevens als zonnewering voor rundvee, schapen, ganzen, muilezels en paarden, maar ook voor de boer zelf als het perceel ver van de boerderij lag, om het middageten te nuttigen en een middagdutje te doen. In de bocht aan de Plakseweg staan ook twee oude eiken als perceelbomen, vroeger het land van de Horster familie Coenen van de winkel en horecagelegenheid. Maar ook het eerste voetbalveld van D.V.S. Ook vaak had zo'n solitaire eik een grotere, in de grond gegraven drinkplek voor het vee. Het was een “Weerd” , “Wijer” of drinkvijver die zo genoemd werd. Vele van die drinkplekken zijn na de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan. Immers de koeien konden zelf via een gepulste verplaatsbare metalen zuigpomp, en een geslagen bron hun water drinken. We hebben op de Horst wel een viertal gegraven (natuur)vijvers, maar die zijn er vanwege de wens van terugkerende oude flora en fauna. Twee echte originele weerden lagen, zover ik weet in de bocht, van het Lagewald ter hoogte van het pad St. Annabosch in de betreffende bocht, en werd in de vijftiger jaren door de grondeigenaar H. van de Pol van boerderij “de Grenshof” gedempt. Ook werd de weerd van Mattus Koenen, gelegen aan de Lage Horst gedempt, net naast de ingang van het Holtzhuuzerpaedje aldaar.Een heel speciale is de (zomer)eik ook wel “de Koning van het Woud” genaamd, die echter in dit geval dus niet in een woud of ander bomenperceel, staat maar bij ons op de Horst in een hoek van een landbouwperceel. De boom die ik bedoel, staat nabij de hoek Eekhoornstraat-Dasstraat. Als je vandaar richting “de Ren” loopt (hier op de Horst zo genoemd naar het oude Duitse woord “Rinne” (=goot) en in de rest van Groesbeek dus ten onrechte, hier “de Groesbeek” heet) in het Rensepad zie je na enkele tientallen meters aan je rechterzijde die mooie boom staan. Dat het één van de markante bomen hier op de Horst staat, getuige zijn naam: “De IJzer” of “Hoefijzerboom”. De boom stond er al heel lang voordat de Eekhoornstraat, Dasstraat en Fretstaat aangelegd werden, en dus ook inclusief de huidige woningen. Daar was nog wilde plantengroei. Voor de eerste en tweede straat was de aanlegrond 1960-1962, en de Fretstraat (die eerst Everstraat heette) kwam nog later. Alleen de Dasstraat die dus rond 1960 kwam, was toen als zandpad vergelijkbaar met het huidige Rensepad, en had in de volksmond de naam “Bruunspaedje”, naar een Horster familie met de naam de Bruin. Die ik dacht, tijdelijk woonde in de noodwoning van bakker Antoon Oomen. Later bouwde Kees Oomen er een bungalow op de hoek Dasstraat-Reestraat.Terug naar de naam (Hoef)ijzerboom: Vele oude Horstenaren, en zoals ik ook de latere zogenaamde babyboomers, hebben weleens van die typische naam gehoord.De ontginning en verwijdering van de wilde heide, de berken, grotere stenen en struikgewassen ook op de Horst, begon rond de periode 1842-1850, en dan met name de stukken grond tussen de Cranenburgsestraat en Hoge Horst en de Cranenburgsestraat en de Ketelstraat. (Originele gemeentelijke akten uit die tijd in mijn bezit).Deze percelen gingen allemaal, ook als pacht, naar de plaatselijke boeren en keuterboeren. De meeste percelen werden vanwege de mindere bodemkwaliteit weideland. Later, hoofdzakelijk na de oorlog, ook enkelen als maisland voor het vee.De verpachtingen en verkoop was niet alleen in Groesbeek het geval, maar in heel Nederland, immers de periode 1800-1850 was er een van zeer grote armoede. De Nederlandse Staat verkocht toen, na de vele geldverslindende oorlogsjaren met de Fransen onder Napoleon, veel van haar domeinen in een versneld tempo.Denk daarbij ook op provinciaal niveau aan de Bruuk en de St.Jansberg, natuurgebieden die gelukkig nooit werden gecultiveerd.Tijdens kleinere graafwerkzaamheden in de buurt van de boom in het Rensepad, werd er per toeval opvallend veel roestig metaal ontdekt.Het kan natuurlijk afval van oorlogstuig zijn wat gedumpt werd in een bommenkrater, maar omdat er ook opvallend veel hoefijzers werden gevonden, kan het ook een oude schroothoop geweest zijn van een of meerdere Horster boeren.Misschien zelfs wel van een smederij.In die periode, en ik weet dit nog van een boerderij aan de onder-Heikant, de Heikant van het spoor tot aan de Altena, werden achter de boerderijen grotere gaten gegraven, waarin flessen, potten, ruiten en ander glasafval in gedumpt werden.Daarna werden ze afgedekt en jaren erna kreeg je er geen schop meer in de grond. Waarvan het roestig metaal afkomstig was is niet echt zo heel erg belangrijk, feit is dat het er ligt en zo deze zo unieke eikenboom zijn naam gaf.Waarschijnlijk is het allemaal gedumpt in een eerdere weerd of drinkvijver en daarna afgedekt. Als deze zomereik geplant is als erf-of perceelafscheiding, is dat dan gebeurt rond 1842, momenteel in 2022 dus maar liefst 180 jaar geleden............De Ijzerboom van de Horst.Samengesteld door: Leo Zilessen.Foto's: Marijke Saedt.Groesbeek-de Horst, 5 en 6 oktober 2022. Aantal bladen DIN-A vier: 4 stuks.